VOLWASSENEN - GEHOOR - DOOFHEID OP LATERE LEEFTIJD

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Aangeboren slechthorendheid - Doofheid op latere leeftijd Verworven slechthorendheid
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Doofheid op latere leeftijd heeft ingrijpende gevolgen voor de communicatie, het zelfstandig functioneren en het werk, maar ontstaat nadat de spraak- en taalontwikkeling is voltooid. Daar men normaal heeft leren spreken is de verstaanbaarheid van de spraak goed. Een verschil met aangeboren doofheid of op zeer jonge leeftijd optredende doofheid. Bij laatdoofheid of ouderdomsslechthorendheid kan een gehoorverlies door versnelde veroudering van het binnenoor optreden. Plotsdoofheid, ontstaat echter opeens. Veel plotsdoven krijgen een cochleair implantaat (CI). Bij deze andere manier van horen zet een toestel geluid om in elektrische signalen die rechtstreeks worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Middels intensieve begeleiding en revalidatie leert men omgaan met een CI en wordt spraak vaak weer verstaan. Let wel, men wordt echter nooit normaal horend.

Wat doet de logopedist?

Op basis van audiometriegegevens maakt men een inschatting van het gehoorverlies en de beperkingen. De therapie richt zich op een zo goed mogelijk herstel van de communicatie. De logopedist geeft specifieke hoortraining, begeleidt het leren spraakafzien (liplezen), eventuele alternatieve communicatie en de omgang met technische hulpmiddelen.

Meer informatie over doofheid op latere leeftijd:

www.stichtingplotsdoven.nl
www.dovenschap.nl

< Terug naar Volwassenen - Gehoor